|
Achmed spelt (soms) beter |
 Didaktief, juni 2010. Nederlanders kunnen niet meer spellen, zegt iedereen. Met name allochtone leerlingen zouden er moeite mee hebben. COOL5-18 laat echter zien dat zij in het voortgezet onderwijs een achterstand in werkwoordspelling lijken om te buigen in een kleine voorsprong.
Uit de cijfers blijkt dat naarmate het onderwijstype hoger is, leerlingen gemiddeld beter spellen (zie staafdiagrammen). Het is opvallend dat het verschil tussen aanliggende onderwijstypen in toenemende mate groter wordt, namelijk van zo’n vier procent tussen basisberoepsgerichte leerweg en kaderberoepsgerichte leerweg tot zo’n veertien procent tussen havo en vwo. Meisjes blijken in alle onderwijstypen hoger te scoren dan jongens en allochtone leerlingen weer hoger dan autochtone. Gemiddeld spellen leerlingen met laag opgeleide ouders in alle onderwijstypen beter dan leerlingen met gemiddeld en hoog opgeleide ouders. De verschillen die we vinden per onderwijstype hoeven niet te gelden als we over de onderwijstypen heen kijken. Als een bepaalde groep leerlingen bijvoorbeeld relatief vaak in de zwakker presterende onderwijstypen terechtkomt, kan een verschil over de onderwijstypen heen kleiner of zelfs tegengesteld zijn. Om inzicht te krijgen in de overall verschillen tussen groepen leerlingen zijn (gewogen) effectgroottes uitgerekend. Een effectgrootte geeft het verschil tussen twee groepen op een gestandaardiseerde manier weer. De effectgroottes laten zien dat meisjes ook overall gezien beduidend hoger scoren dan jongens (effectgrootte = 0.41). Hetzelfde geldt voor allochtone leerlingen, zij het in mindere mate. Dus ondanks het gegeven dat allochtone leerlingen relatief vaak in de lagere vormen van onderwijs zitten, hebben allochtone leerlingen binnen COOL5-18 ook overall gezien beter gepresteerd op werkwoordspelling dan autochtone leerlingen (effectgrootte = 0.09). /Jos Keuning & Anton Béguin. Lees het volledige artikel in de special Cool 5-18 , pagina 11-12.
|