|
Geen lagere cijfers voor allochtoon |
 Leraren geven leerlingen van allochtone afkomst geen lagere cijfers voor hetzelfde werk. Wel hebben leraren op basis van dezelfde cijfers lagere toekomstverwachtingen van etnisch Turkse en Marokkaanse leerlingen dan van vergelijkbare etnisch Nederlandse leerlingen.
Dit blijkt uit promotieonderzoek van econoom Reyn van Ewijk aan de UvA.
Hoe komt u tot deze conclusie? ‘Ik heb Nederlandse leraren opstellen van elfjarige leerlingen laten beoordelen. De namen op de opstellen heb ik aangepast, zodat ze soms allochtoon, soms autochtoon leken. Ik had verwacht dat de leraren lagere cijfers zouden geven voor de opstellen met allochtone namen. Maar dat directe verschil heb ik niet gevonden. Vervolgens heb ik de leraren gevraagd hoe ze dachten dat de leerlingen het in de toekomst zouden doen. Toen bleken ze lagere verwachtingen te hebben voor leerlingen met een Turkse en Marokkaanse achtergrond.’
Hoe zijn die uitkomsten met elkaar te rijmen? Wat betreft het geven van cijfers is er geen echte harde discriminatie. Maar in hun verwachtingen laten leraren stereotiepe ideeën, beelden en gevoelens meespelen. Bij het cijfers geven voor iets wat leerlingen hier en nu hebben gemaakt, spelen die geen rol.Maar deze ideeën en feitjes en statistiekjes over de gemiddelde prestaties van allochtonen spelen wel een rol in de verwachtingen voor de toekomst.’
Uit meta-analyses die u hebt gedaan, blijkt verder dat het percentage allochtonen in de klas geen effect heeft op de prestaties van medeleerlingen? Ja. Veel verschillende onderzoeken leveren veel verschillende resultaten op. In het debat over het ideale percentage allochtone leerlingen in de klas wordt vaak het cijfer van maximaal dertig procent genoemd. Hiervoor is geen hard wetenschappelijk bewijs. Een hoog percentage leerlingen in de klas met een lage sociaaleconomische status kan wel invloed hebben op de prestaties van autochtone medeleerlingen. SES is, zoals al vaker geconstateerd, dus van grotere invloed dan van etniciteit.’ /LN
|