 Didaktief, oktober 2010. Het mengen van basisscholen heeft een beperkt effect.Regioplan volgt twaalf anti-segregatiepilots van OCW en komt in een tussenrapportage met aanbevelingen.
Gemengde scholen stimuleren of ontmoedigen? In het geweld rond de oratie van Jaap Dronkers (die concludeerde dat gemengde scholen een negatietief effect hebben op schoolprestaties van alle kinderen, zie Didaktief september 2010, pagina 14) delfde een onderzoek van Regioplan naar anti-segregatiepilots het onderspit. De pilots in Amsterdam, Rotterdam, Utrecht, Den Haag, Deventer, Eindhoven, Nijmegen, Almelo, Amersfoort, Leiden, Tilburg en Schiedam verschillen nogal van opzet, maar doel is overal dat de scholen meer een afspiegeling vormen van de (gemengde) bevolking in een wijk. De middelen variëren van een vast aanmeldmoment, het beïnvloeden van keuzeprocessen door gerichte voorlichting en het ondersteunen van ouderinitiatieven, tot werken met dubbele wachtlijsten en stimuleren van uitwisseling tussen witte en zwarte scholen. De voorlopige resultaten zijn wisselend. In Amsterdam Oud-West wordt bijvoorbeeld al sinds 2003 met plaatsingsbeleid gewerkt: op basis van de capaciteit van scholen en de voorkeur van ouders worden kinderen op buurtscholen geplaatst. Het effect is beperkt. Een pilot op Amsterdam IJburg heeft wel resultaat, waarschijnlijk mede dankzij een externe projectleider die de focus op scherp houdt en de druk op alle partijen om tot afspraken te komen. Draagvlak, commitment en communicatie zijn sleutelwoorden. In Eindhoven gebruikt de gemeente onderwijshuisvestingsbeleid om segregatie te beïnvloeden. Was het vroeger vrij makkelijk om toestemming te krijgen voor uitbreiding van een school, inmiddels houdt men meer rekening met de capaciteit in een wijk om kinderen in de eigen wijk (elders) naar school te laten gaan. Gemengde scholen kregen overigens afgelopen maand een goede pers in Brabant. Oud-onderwijsinspecteur Joop Smits onderzocht er samen met de Universiteit Tilburg 95 ‘kleurrijke’ basisscholen en beoordeelde er acht als excellent. Criteria waren het ‘zuivere’ eindniveau van leerlingen, dus zonder de gebruikelijke compensatie omdat het gaat om kinderen uit kansarme milieus; de toegevoegde waarde in acht jaar basisschool (het verschil tussen begin- en eindniveau) en het percentage schoolverlaters dat de basisvaardigheden lezen, taal en rekenen onvoldoende beheerst. Een opmerkelijke uitkomst van Smits’ onderzoek was tevens dat op doorsnee kleurrijke basisscholen de kinderen bij het begin van groep 3 een voorsprong hadden van 2,5 maand, maar dat diezelfde kinderen in groep 7 en 8 een leerachterstand hadden van 2,5 maand. Ze hadden in zes jaar een achterstand van een half jaar opgelopen, met name in rekenen en begrijpend lezen. / MM Verder lezen? Klik hier
|