|
Asscher-norm wekt woede in Amsterdam |

Mag een wethouder het basisonderwijs eigen kwaliteitsnormen opleggen? De Amsterdamse wethouder Asscher vindt van wel. De Amsterdamse schoolbesturen zijn het daar niet mee eens en vragen minister Plasterk om een uitspraak.
Wethouder Lodewijk Asscher vindt de normen van de onderwijsinspectie ‘te weinig ambitievol’ en stelt daarom eigen eisen aan het Amsterdams primair onderwijs. De scholen moeten minstens een gemiddelde Cito-score van 534 halen, vindt Asscher. Maximaal twintig procent van de leerlingen mag een leerachterstand van anderhalf jaar hebben en om die reden niet meedoen aan de Cito-eindtoets. En minstens een kwart moet een havo- of vwo-advies hebben. Burgemeester Job Cohen steunde in zijn nieuwjaarstoespraak zijn onderwijswethouder. Een overheid op afstand is niet alles, meent hij: Als stadsbestuur willen wij ‘meer te zeggen hebben over de kwaliteit van het onderwijs’. De 59 Amsterdamse schoolbesturen ageren met één stem tegen de normen, via het Breed Bestuurlijk Overleg PO (BBO). ‘We vinden hoge ambities niet slecht’, zegt René Peters, voorzitter van het BBO. ‘Ze moeten alleen niet gestoeld zijn op willekeurige normen, maar wetenschappelijk onderbouwd zijn, getoetst door een onafhankelijke organisatie als de onderwijsinspectie. Deze normen zijn politiek. Na 3 maart zit er een nieuw college en dat heeft misschien weer heel andere ideeën.’ De onderwijsinspectie beoordeelt scholen op een meer genuanceerde manier op de Cito-score, zegt Peters. Ze houdt rekening met de grote niveauverschillen tussen kinderen die in het basisonderwijs instromen. ‘Voor bijvoorbeeld een school met bijna geen Nederlands sprekende kinderen is 534 veel te hoog. 525 tot 531 vindt de inspectie voldoende. En aan de andere kant is voor een school in Amsterdam-Zuid met uitsluitend hoogopgeleide ouders 534 veel te laag. Die moet ergens tussen 538 en 540 kunnen halen.’ Peters distantieert zich ook van de uitlating van Cohen. Veel scholen die als zwak zijn aangemerkt door de inspectie waren namelijk twee jaar geleden nog van de gemeente. De schoolbesturen werken hard aan verbetering en dat werpt vruchten af. Zo is er al een aantal scholen van de inspectielijst van zwakke scholen afgevoerd. Dat Asscher de prestaties van scholen gekoppeld aan zijn eigen normen naar buiten bracht, leidde tot een vertrouwensbreuk tussen gemeente en schoolbesturen. De gemeente diskwalificeert scholen die wel aan de inspectienorm voldoen, maar niet aan de Asschernorm. Eenzijdig veranderen van de spelregels tijdens de wedstrijd, vindt de BBO. Bovendien vraagt de BBO zich af of de wethouder zo met de door de schoolbesturen beschikbaar gestelde gegevens mag omgaan. Peters: ‘Wij zijn niet tegen transparantie, maar we vinden niet dat er op deze gegevens een eigen interpretatie losgelaten mag worden.’ De BBO, de Algemene Vereniging van Schoolleiders en de Besturenraad PO verwachten van minister Plasterk een uitspraak over de kwestie. / AvdW |